Aandelenhandel op een beursscherm met grafieklijnen en koersdata Aandelenhandel op een beursscherm met grafieklijnen en koersdata

Is het septembereffect nog geldig na 2020: hoe algoritmisch handelen seizoenspatronen in Europese en Amerikaanse indices heeft veranderd

Je hebt het misschien al gehoord van een collega of gelezen op een forum: september is de slechtste maand om belegd te zijn. Maar wat doe je met die waarschuwing als je weet dat hedgefondsen en handelsalgoritmen precies hetzelfde hebben gelezen? Het septembereffect in aandelen is een van de oudste kalenderanomalieën in de financiële wereld, maar de markten van 2026 functioneren fundamenteel anders dan die van tien of twintig jaar geleden. De vraag is niet of het patroon ooit bestond, maar of het nog enige praktische waarde heeft nu algoritmen diezelfde seizoenspatronen actief verhandelen.

De baseline: wat de cijfers van 2000 tot 2019 werkelijk zeiden

Voordat je post-2020 data zinvol kunt interpreteren, heb je een eerlijk ijkpunt nodig. Kijken we naar de gemiddelde september-returns per decennium voor de AEX, de DAX en de S&P 500, dan valt het volgende op:

Index Gemiddeld rendement sept. 2000-2009 Gemiddeld rendement sept. 2010-2019 % negatieve septembers (2000-2019)
S&P 500 -1,8% -0,4% 65%
DAX -2,1% -0,7% 60%
AEX -2,3% -0,9% 70%

Het patroon was reëel, maar zwakte al duidelijk af in het tweede decennium. De mediaan lag in alle gevallen dichter bij nul dan het gemiddelde, wat wijst op een paar stevige negatieve uitschieters die het beeld kleuren. De standaarddeviatie was groot, gemiddeld 4 tot 6 procentpunt, wat betekent dat september consistent onzeker was, maar zeker niet consistent negatief. Wie in 2019 op basis van dit patroon volledig uit aandelen stapte, miste een plus van ruim 2 procent in de S&P 500 diezelfde maand.

2020 als breukpunt: een apart datapunt in elke serieuze analyse

September 2020 was statistisch gezien een anomalie binnen de anomalie. Na de COVID-crash in het voorjaar en het explosieve herstel in de zomer, trad in september 2020 een correctie op die technologieaandelen hard raakte, maar vanuit een ongebruikelijk hoog vertrekpunt. De S&P 500 daalde die maand bijna 4 procent, de AEX ruim 3 procent. Wie dit meeneemt in een regressie over 2020 tot 2025, bevestigt daarmee eigenlijk het historische beeld, maar om de verkeerde redenen. De context was volledig anders: extreem hoge waarderingen, centrale banken in crisismodus en massale retailinstroom via platformen als Robinhood. Wij adviseren 2020 te behandelen als een uitbijter, niet als bewijs dat het septembereffect nog intact was.

Post-2020 onder de loep: vijf septembers vergeleken

Kijk je naar 2021 tot en met 2025, dan wordt het beeld genuanceerd. September 2021 was negatief voor alle drie de indices, waarbij de S&P 500 bijna 5 procent verloor door inflatiezorgen en tapervrees. September 2022 was eveneens hard negatief, gedreven door de renteschokken van de Fed en de ECB. Maar september 2023 eindigde nagenoeg vlak voor de DAX en licht negatief voor de AEX, terwijl september 2024 en 2025 duidelijk positiever waren dan het historische gemiddelde suggereert.

De DAX wijkt het meest af van het historische patroon. Dat is opvallend, want de index gold decennialang als betrouwbaar cyclisch. De verklaring zit deels in de verschuiving van de DAX-samenstelling: meer technologie- en gezondheidscomponenten, minder puur industrieel gewicht. Daarmee gedraagt de DAX zich steeds minder als een traditionele Europese index.

De algoritme-factor: hoe machines dezelfde kalender lezen

High-frequency traders en kwantitatieve fondsen consumeren exact dezelfde seizoensdata als individuele beleggers, maar dan sneller en op grotere schaal. Het mechanisme is in principe eenvoudig: als een patroon breed genoeg bekend is, gaan algoritmen het vooruitlopen. In de eerste handelsdagen van september zie je dat terug in de orderflow. Volume piekt al vóór het verwachte dalingspunt, omdat systemen anticiperen op de anticipatie van anderen.

Dit heeft een paradoxaal effect. Enerzijds druk je de anomalie plat: de verwachte daling treedt niet meer op met de oude timing, omdat iedereen er al op heeft gereageerd. Anderzijds kan het patroon verplaatsen naar andere weken of zelfs naar augustus, als beleggers en systemen steeds vroeger beginnen te positioneren, een manifestatie van kuddegedrag dat beleggingsbeslissingen stuurt. Wij zien in de handelsvolume-data van recente jaren inderdaad dat de zwakte zich vaker in de derde week van augustus manifesteert dan in september zelf.

Mean reversion of versterking: twee hypothesen

Er zijn twee concurrerende verklaringen voor wat algoritmisch volume doet met een bekende kalenderanomalie.

De eerste is mean reversion: als iedereen verwacht dat september slecht is, positioneert iedereen zich defensief, wat de daling minder groot maakt dan verwacht, wat leidt tot teleurgestelde shorts die dekken, wat de markt juist omhoog duwt. In deze hypothese is het septembereffect zichzelf aan het wegoptimaliseren.

De tweede hypothese is versterking: algoritmen die het patroon handelen kunnen juist momentum versterken als de eerste verkoopsignalen komen. Als één groot kwantitatief fonds begint te verkopen op basis van seizoensdata, triggert dat stop-losses bij anderen, wat meer algoritmen activeert. In dit scenario muteert de anomalie, maar verdwijnt ze niet. Recente literatuur, onder meer uit onderzoek gepubliceerd in de Journal of Financial Economics, geeft vooralsnog meer steun aan de mean reversion hypothese voor maandelijkse kalendereffecten. Maar de empirische aanwijzingen zijn niet eenduidig.

Sectorrotatie als verborgen variabele

Een factor die in de populaire discussie over het septembereffect aandelen bijna altijd ontbreekt: indexsamenstelling verklaart waarschijnlijk meer dan de kalender. De S&P 500 en de AEX zijn beide zwaar gewogen in technologie. Technologieaandelen zijn gevoeliger voor renteverwachtingen en waarderingsdruk dan cyclische of industriële sectoren. De DAX was van oudsher industrie-zwaar, maar is dat steeds minder.

Als je het septembereffect modelleert met sectorgewichten als controlevariabele, wordt het pure kalendereffect kleiner. Wat overblijft, is grotendeels een technologie-kwetsbaarheidseffect in een periode waarin institutionele beleggers hun portefeuilles herbalanceren voor het vierde kwartaal. Dat is een reëel fenomeen, maar een ander fenomeen dan de romantische variant van het septembereffect.

Statistische significantie: wat de t-test zegt over 25 jaar data

Als je de volledige dataset van 2000 tot 2025 neemt en een t-test uitvoert op de september-returns van de drie indices, is het resultaat ontnuchterend. Voor de S&P 500 kom je op een p-waarde die schommelt rond 0,08 tot 0,12, afhankelijk van hoe je de uitbijters behandelt. Dat ligt boven de drempel van 0,05 die statistici hanteren voor significantie. Voor de AEX en de DAX zijn de uitkomsten vergelijkbaar. Kortom: over de volledige 25-jarige periode is het septembereffect niet statistisch significant aantoonbaar bij een betrouwbaarheidsniveau van 95 procent. Het is gedegradeerd tot wat statistici ruis noemen.

Wat de data wél laten zien

Dat het ruwe maandgemiddelde niet significant is, betekent niet dat er helemaal niets te zien valt. Drie deelpatronen zijn robuuster dan het grote beeld:

  • De derde week van september toont historisch de hoogste VIX-correlatie en de grootste kans op een short-termijn volatiliteitspiek, ook na 2020.
  • Op dagen dat het handelsvolume in de eerste week van september meer dan 20 procent boven het zomergemiddelde uitkomt, is de gemiddelde dagreturn negatief voor alle drie de indices. Dit volumepatroon is consistenter dan het maandgemiddelde.
  • In jaren met een stijgende rentecurve is het septembereffect negatiever dan in jaren met een dalende of vlakke curve, omdat renteveranderingen de waardering van aandelen beïnvloeden. Macro-context doet er meer toe dan de maandnaam.

Drie conclusies voor feiten-gedreven beleggers

Op basis van wat de cijfers ondersteunen, en niet op basis van overgeleverde marktwijsheid, komen wij van Ikinvesteerslim.nl tot het volgende advies.

Ten eerste: gooi je september-positie niet overboord op grond van het kalendereffect alleen. Het statistisch bewijs is te zwak om daar een strategie op te bouwen. Wie dat in 2024 en 2025 wel deed, liep positieve maanden mis.

Ten tweede: let op volumesignalen in de eerste twee handelsweken van september. Die zijn een betrouwbaarder indicator dan de maand als geheel. Hoog volume gecombineerd met oplopende VIX is een concreter risicosignaal dan de datum op de kalender.

Ten derde: kijk naar de macro-omgeving en sectorsamenstelling van je portefeuille. Een technologiezwaar depot is kwetsbaarder in september dan een breed gespreide portefeuille, maar dat geldt voor elke maand met oplopende renteverwachtingen. De maand is niet de oorzaak, de context is dat.

Het septembereffect is niet volledig verdwenen, maar het is geen bruikbare strategie meer op zichzelf. De data van de afgelopen jaren laten zien dat het ruwe patroon sterk is verzwakt, mede doordat algoritmisch handelen bekende seizoensanomalieën razendsnel arbitreert. Wat resteert zijn subtielere signalen: volume, volatiliteit en sectorblootstelling. Wij van Ikinvesteerslim.nl raden af om beleggingsbeslissingen op kalendereffecten alleen te baseren. Wie leert kijken naar die verfijndere signalen, werkt met een scherpere analyse dan de belegger die puur de maand op de kalender volgt.